1. Schriftjes
Ik had voor de eerste les grote schriften gekocht, die de bewoners mochten
houden, zodat ze zelf na de les konden schrijven, zonder de tijdsdruk
en het gevoel erbij te hebben dat iemand naar hen keek tijdens het
schrijven. Toen ik de schriften in beslag had genomen op het einde,
om de gedichtjes te verzamelen, kwam het verzoek ze vooral niet te
vergeten, want die wilde men terug! Sommige mensen schreven alleen
tijdens de les, anderen kwamen spontaan met een gedichtje die ze
thuis hadden geschreven.
2. 'Wat is een van uw onhebbelijkheden?'
Was een fijne open vraag die iedereen om zichzelf deed lachen tijdens
het schrijven.
Mevrouw V., die veel moeite had met praten, kwam met een verrassend gedicht, hoewel ze moeite had met nadenken, omdat er volgens haar 'roestige spijkers' in haar hoofd zaten:
Fré, bemoei je er niet mee.
Soms waren ze er wel blij mee.
zoals in de tuin van Velserduin
zat een vogel vast, dacht ik,
Aan een rozendoorn.
Ik was zo vol aandacht
En reed mijn stoel naast het pad.
Zusters kwamen aanrennen
Want ik lag om met stoel en al
En de vogel nam het hazenpad.
3. te weinig
Drie lessen was eigenlijk te weinig, want het duurt bij sommige mensen even,
voordat ze zich durven bloot te geven. Dat rijmde per ongeluk, maar juist
de mensen die in het begin een beetje stil en stug waren, bleken degenen
die het meeste plezier kregen in hun gevoel op papier te krijgen. Juist deze
mensen hebben boeiende verhalen in zich waar ze zeker nog wel aan willen
denken, maar juist deze mensen denken dat hun verhalen niet boeiend zijn.
Het was me een waar genoegen om naar deze mensen te luisteren en het
doet me genoegen dat ze trots zijn op hun eigen schrijfsels. Het was
zo leuk om hun gezicht te zien als er dan 'magisch' een gedichtje uit
hun handen was gekomen.
'Heb ik dat geschreven?' vroeg een van de dames.